LUXWALLET®
Drone installatie

Stap 1: Accu opladen
Sluit eerst de oplader van de accu aan op het stopcontact, een USB-poort van een laptop of een USB-poort van een tv. Gebruik altijd de officiële meegeleverde kabel.
De meeste droneaccu’s hebben ongeveer 2 tot 4 uur nodig om volledig op te laden. Je kunt controleren of de accu vol is door deze in de drone te plaatsen en op de controller te controleren of alle batterijstrepen zichtbaar zijn.
Stap 2: Drone uitpakken en propellers controleren
Zorg ervoor dat de drone volledig is uitgepakt. Klap de armen of vleugels goed uit en controleer of de propellers geen schade hebben.
Als de propellers verkeerd worden geplaatst, kan de drone instabiel worden of kan de motor beschadigd raken. In de meegeleverde handleiding vind je meestal visuele instructies voor het correct vervangen van de propellers. Bij LUXWALLET kun je losse propellers bestellen vanaf € 9,95 per set.
Stap 3: Drone verbinden met je smartphone
Start de drone en pak je smartphone. Open de Wi-Fi-instellingen van je smartphone en zoek de Wi-Fi-hotspot van de drone. Staat de hotspot er niet bij? Controleer dan met een andere smartphone of de hotspot wel zichtbaar is.
Nadat je verbinding hebt gemaakt met de Wi-Fi-hotspot van de drone, installeer je de bijgeleverde app. De app is te downloaden via de App Store of Play Store. De naam van de applicatie staat in de handleiding. Bij sommige drones staat er ook een QR-code in de handleiding die je direct kunt scannen.
Stap 4: App openen en controller koppelen
Open de app nadat de drone is gekoppeld. Je ziet nu beeld via je smartphone als de dronecamera correct verbinding heeft gemaakt met je toestel.
Wij adviseren ook verbinding te maken met de meegeleverde controller. Zet hiervoor de controller aan en beweeg de linker joystick heen en weer volgens de instructies in de handleiding.
Stap 5: Drone kalibreren
De volgende stap is het uitvoeren van de kalibratie. Bij veel drones moeten twee soorten kalibratie worden uitgevoerd. Door te kalibreren controleert de drone sensormetingen en corrigeert hij afwijkingen. Dit helpt om stabieler te vliegen.
De twee belangrijkste kalibraties zijn:
1. IMU / gyroscoop kalibratie
De IMU bestaat uit verschillende sensoren, zoals een versnellingssensor, gyroscoop, barometer en thermometer. De IMU kan vaak worden gekalibreerd via de app of via de kalibratieknop op de controller.
Plaats de drone op een vlakke ondergrond zonder metaal en wacht ongeveer 5 seconden. Volg daarna de instructies in de app of handleiding.
2. Kompas kalibratie
Het kompas geeft de richting van de drone aan en helpt bij het bepalen van de juiste oriëntatie. Als je op een andere locatie gaat vliegen, vooral buiten een straal van ongeveer 1 kilometer, is het verstandig om het kompas opnieuw te kalibreren.
Het magnetische veld kan per locatie verschillen. Als je het kompas niet correct kalibreert, kan de drone verkeerd navigeren of zelfs wegvliegen.
Hoe voer je de kalibratie uit?
IMU-kalibratie via afstandsbediening
Druk op de IMU-kalibratieknop. Zie hiervoor de foto of uitleg in de meegeleverde handleiding. Plaats de drone op een vlakke ondergrond en wacht ongeveer 5 seconden. De drone kan gaan knipperen en daarna normaal branden. De kalibratie is dan succesvol uitgevoerd.
Bij sommige drones kan deze kalibratie ook via de applicatie worden uitgevoerd.
Kompas kalibratie via afstandsbediening
Druk op de kompasknop. Houd de drone ongeveer 1 meter boven de grond en draai de drone horizontaal in 4 slagen. Wanneer de horizontale kalibratie is voltooid, gaat het dronelampje branden of hoor je een signaal.
Richt daarna de camera van de drone naar beneden en voer de verticale kalibratie uit. Draai de drone opnieuw 4 slagen met de klok mee totdat je een verandering in het lampje ziet of een signaal hoort. De kompaskalibratie is dan voltooid.


Stap 6: Binnen of buiten vliegen
Controleer of je de drone binnen of buiten wilt gebruiken. Als je binnen wilt vliegen, moet je bij sommige modellen GPS uitschakelen. Binnen gebruik je meestal de 2.4 GHz optische modus.
Heeft je drone GPS?
Als je drone GPS heeft, zet GPS dan aan of laat GPS ingeschakeld via de afstandsbediening. Wacht bij het eerste gebruik minimaal 5 tot 15 minuten, afhankelijk van het weer en de GPS-ontvangst. De drone zoekt dan beschikbare satellieten.
Als je vliegt met te weinig satellieten, kan de drone instabiel worden of wegvliegen. Na de eerste verbinding worden satellieten meestal sneller opnieuw gevonden. Met optische flow-modus kun je zonder satellieten vliegen, afhankelijk van het model.
Stap 7: Laatste controle vóór opstijgen
Voer altijd een laatste controle uit voordat je opstijgt. Controleer of alle armen correct zijn uitgeklapt en stevig op hun plaats zitten. Controleer ook of de propellers goed zijn aangesloten, stevig vastzitten en vrij kunnen draaien zonder los te zitten of te wiebelen.
Stap 8: Drone ontgrendelen en opstijgen
Ontgrendel de drone via de app of door de joystickbeweging uit te voeren zoals aangegeven in de handleiding. Je kunt met de joystick de propellers starten en indien nodig weer uitschakelen.
Als je in de lucht bent en je drone beschikt over GPS RTH, kun je op de RTH-knop drukken. De drone zal dan proberen automatisch terug te keren naar de opstijglocatie.

Algemene belangrijke tips
- Gebruik de drone niet op locaties waar signalen sterk kunnen worden verstoord, zoals drukke woonwijken met veel Wi-Fi-netwerken.
- Gebruik de drone niet dicht bij mensen, bijeenkomsten, festivals of drukke openbare plekken. Veel smartphones en andere apparaten kunnen signaalstoringen veroorzaken.
- Gebruik de drone niet dicht bij radiotorens, grote metalen objecten of andere sterke storingsbronnen.
- Wij adviseren om de drone in een open natuurgebied of groot grasveld te gebruiken, zolang dit volgens de lokale regels is toegestaan.
- Controleer vooraf of je op de gekozen locatie mag vliegen via GoDrone.
- Vlieg altijd binnen direct zicht. De maximaal toegestane en praktisch veilige afstand is afhankelijk van de lokale regels, het model, de omgeving en de omstandigheden.
- Heeft je drone GPS met automatische terugkeerfunctie? Controleer dan altijd of het homepoint goed is ingesteld voordat je opstijgt.
- Heeft je drone geen GPS met automatische terugkeerfunctie? Vlieg de drone dan tijdig zelf terug voordat de batterij bijna leeg is.
- Vervang propellers altijd correct. Propeller A hoort op A en propeller B hoort op B. Controleer dit visueel in de handleiding.
- Vlieg nooit met beschadigde propellers. Nieuwe propellers kun je bestellen via de categorie dronepropellers.
- Verwijder de app niet. In de app worden soms vluchtgegevens opgeslagen. Als er iets misgaat, kunnen deze gegevens helpen bij de analyse.
- Vlieg nooit tijdens storm, harde wind of windvlagen. Vooral lichtere drones kunnen hierdoor snel afdrijven.
- Controleer of je drone 2.4 GHz en/of 5.8 GHz ondersteunt. De prestaties verschillen per model, afstand, omgeving en gebruikte verbinding.
- Oefen eerst op een grasveld of zachte ondergrond. Als de drone op steen of asfalt valt, is de kans op schade groter.
- Gebruik een klasse 10 micro-SD-kaart als je drone dit ondersteunt. Geschikte micro-SD-kaarten vind je via luxwallet.nl.
- Laad de afstandsbediening en droneaccu altijd op met een geschikte 5V-lader. Gebruik bij voorkeur 5V 1A en altijd de meegeleverde kabel, tenzij de productspecificaties anders aangeven.
- Extra droneaccu’s, micro-SD-kaarten en propellers kun je bestellen via droneonderdelen.
- Heb je extra hulp nodig? Neem contact op met onze klantenservice via WhatsApp-chat of stuur een bericht naar lu**********************@***il.com.
Vliegen in de avond
Controleer altijd de actuele regelgeving voordat je in de avond of het donker vliegt. Slecht zicht vergroot onder meer de volgende risico’s:
- De drone kan minder goed binnen direct zicht worden gehouden.
- De piloot kan obstakels en de omgeving minder goed beoordelen.
- Andere lichtbronnen kunnen de oriëntatie bemoeilijken.
Ook als je drone goed zichtbare verlichting heeft, betekent dit niet automatisch dat vliegen in het donker op iedere locatie en onder alle omstandigheden is toegestaan.



Hoe werkt de LAOS-ontwijkingssensor?
Ontwijkingssensoren zijn populair bij drones. De LAOS-sensor kan helpen om veiliger te vliegen en geeft extra ondersteuning tijdens het gebruik. Het is wel belangrijk om te begrijpen hoe de sensor werkt.
De sensor stuurt signalen naar objecten in de omgeving. Als het signaal wordt teruggekaatst, kan de sensor vaststellen dat er een object in de buurt is. Krijgt de sensor geen bruikbare reflectie terug, dan kan een object mogelijk niet worden gedetecteerd.
Vlieg rustig rondom objecten. Als je snel op een object afvliegt, kan de sensor te laat reageren en kan de drone alsnog crashen. Dunne, bewegende, transparante, donkere of sterk reflecterende objecten kunnen bovendien minder betrouwbaar worden gedetecteerd.
Extra tips voor een sterk dronesignaal
Omgeving

De omgeving waarin je vliegt is erg belangrijk. In een bebouwde omgeving zijn vaak veel Wi-Fi-netwerken aanwezig. Deze signalen kunnen de verbinding tussen drone, controller en smartphone verstoren.
Hoe meer draadloze signalen in de omgeving, hoe groter de kans op interferentie of een minder stabiele verbinding.
Tips om signaalstoring te beperken
- Vlieg bij voorkeur op een open locatie, ver weg van drukke bebouwing.
- Schakel draadloze apparaten die je niet nodig hebt uit.
- Controleer op je smartphone hoeveel Wi-Fi-netwerken zichtbaar zijn op de locatie.
- Vlieg niet bij zendmasten, grote metalen constructies of andere sterke storingsbronnen.
Smartphone en controller
- Gebruik je een controller met kabelverbinding naar je smartphone? Schakel dan niet-noodzakelijke draadloze verbindingen uit, voor zover de drone en app hierdoor correct blijven functioneren.
- Gebruik je je smartphone rechtstreeks als controller? Wi-Fi moet dan meestal ingeschakeld blijven voor de droneverbinding.
- Vermijd extra Bluetooth-apparaten als deze niet nodig zijn voor de vlucht.
Antennes
De positie van de antennes is belangrijk voor een stabiele verbinding. Bij veel controllers communiceert de drone het beste via de lange of platte zijde van de antenne en niet via de antennepunt. Controleer hiervoor altijd de handleiding van jouw specifieke model.

Zorg ervoor dat de antennes bij het opstijgen goed zijn uitgeklapt en volgens de handleiding zijn gericht. Als de drone recht boven je vliegt, kan een andere antennepositie nodig zijn.
Frequenties
Bij drones die Wi-Fi gebruiken, kan de keuze tussen 2.4 GHz en 5.8 GHz belangrijk zijn. Welke frequentie het beste werkt, hangt af van de afstand, de omgeving, de regelgeving en het model drone.
- 2.4 GHz: kan bij sommige systemen een groter praktisch bereik bieden, maar deze frequentie wordt vaak door veel andere apparaten gebruikt.
- 5.8 GHz: kan in bepaalde situaties een stabielere verbinding op kortere afstand bieden, maar het effectieve bereik verschilt per systeem.
Meer informatie over drones in Nederland vind je via de officiële pagina van de Rijksoverheid:
rijksoverheid.nl/onderwerpen/drone.


